Belgische werkgevers zijn van plan om in het 3e kwartaal minder snel personeel aan te werven

België 49e (op 75) op ‘workforce’ wereldranglijst van ManpowerGroup (Total Workforce Index™)
30 april 2019

Volgens de ManpowerGroup Barometer, die vandaag werd gepubliceerd, zal de arbeidsmarkt in de loop van de zomer naar verwachting minder goed evolueren. Van de 752 Belgische werkgevers die eind april door ManpowerGroup werden bevraagd, overweegt 4% hun personeelsbestand tegen eind september 2019 uit te breiden, 1% om het aantal werknemers te verminderen en verwacht 95% geen veranderingen. Na een correctie van de seizoenvariaties(*)  bereikt de Nettotewerkstellingsprognose(**) – of het verschil tussen het percentage werkgevers dat aanwervingen plant en het percentage werkgevers dat ontslagen voorziet – de voorzichtige waarde van +3. Dat is een daling van 3 punten ten opzichte van het vorige kwartaal en een daling van 1 punt in vergelijking met het 3e kwartaal van 2018.

 

 

 

Zoals de meeste van hun Europese collega’s, melden de Belgische werkgevers lagere wervingsintenties dan in het vorige kwartaal”, zo luidt de uitleg van Philippe Lacroix, Managing Director van ManpowerGroup BeLux. “De tewerkstellingsprognoses blijven echter positief in de drie gewesten en in 8 van de 10 bevraagde sectoren. Deze toegenomen voorzichtigheid vanwege de werkgevers kan worden verklaard door het onzekere klimaat dat heerst in de internationale context. Ondanks de lagere wervingsactiviteit zouden bedrijven moeite blijven hebben met het vinden van de profielen die ze zoeken. Verschillende sectoren hebben onlangs de uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, onder de aandacht gebracht. Onder andere de werkgevers uit de Bouwsector (ruim 16.000 openstaande vacatures) en uit de Chemie- en farmasector (3.000 openstaande vacatures) deden dat.”

 

 

 

Wallonië en Vlaanderen zijn optimistischer

De tewerkstellingsvooruitzichten voor het volgende kwartaal zijn positief in de drie gewesten van het land. Verwacht wordt dat de werkgelegenheid licht zal toenemen in Wallonië (+6) en Vlaanderen (+5), terwijl ze in Brussel (+1) stabiel zal blijven.  De Nettotewerkstellingsprognose is in Brussel en Vlaanderen 4 en 3 punten lager dan in het vorige kwartaal, terwijl ze in Wallonië met 1 punt is gedaald.

 

 

Positieve vooruitzichten in 8 van de 10 bevraagde sectoren

In acht van de 10 bevraagde sectoren zijn de werkgevers van plan nieuwe jobs te creëren in de loop van het 3e kwartaal van 2019. Werkgevers in de Extractieve industrieën (+8), de sectoren Elektriciteit, gas en water (+6) en Openbare Diensten, onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (+6) melden de hoogste wervingsintenties. De tewerkstellingsprognoses zijn ook vrij gunstig in de Landbouw en visserijsector en in de Bouwsector (beide +5). Werkgevers zijn voorzichtiger in de sectoren Financiën, verzekering, vastgoed en diensten en in de sector Transport en logistiek (beide +3). Anderzijds wordt verwacht dat de tewerkstelling niet zal evolueren en stabiel zal blijven in de sectoren Groot- en detailhandel (+1) en in de Horeca en de Maakindustrie (beide 0).

Uit de analyse van de gegevens in vergelijking met vorig kwartaal en vorig jaar blijkt een neerwaartse trend. De Nettotewerkstellingsprognose daalt immers in 8 sectoren ten opzichte van het vorige kwartaal en van het 3e kwartaal van 2018.

 

 

 

Jobcreatie in de grote en middelgrote bedrijven

Volgens de enquête zal de jobcreatie naar verwachting vooral betrekking hebben op de grote ondernemingen (≥ 250 werknemers) en middelgrote ondernemingen (50-249 werknemers). In deze segmenten bedraagt de Nettotewerkstellingsprognose immers +15 en +12. De werkgevers van de kleine ondernemingen (10-49 werknemers) en van de micro-ondernemingen (< 10 werknemers) zijn een pak voorzichtiger. Zij geven in deze twee segmenten een Nettotewerkstellingsprognose van +3 aan.

 

Positieve wervingsintenties in 43 van de 44 bevraagde landen en gebieden

ManpowerGroup heeft in 44 landen en gebieden meer dan 59.000 telefonische enquêtes gevoerd om de personeelsevoluties die verwacht worden voor het 3e kwartaal van 2019 te meten.

  • De tewerkstellingsprognoses zijn positief in 43 van de 44 bevraagde landen en gebieden. In vergelijking met het vorige kwartaal stijgen de tewerkstellingsvooruitzichten in 18 van de 44 landen en gebieden, blijven ze stabiel in 8 andere landen en dalen ze in de 18 resterende. Ten opzichte van het overeenstemmende derde kwartaal van vorig jaar stijgen de wervingsintenties in slechts 12 landen en gebieden, terwijl ze dalen in 26 landen en stagneren in zes andere landen.
  • De sterkste en zwakste wervingsintenties: Het vertrouwen van de werkgevers is het grootst in Japan (+25), Kroatië (+23), Taiwan (+22), Verenigde Staten (+21) en Griekenland (+20). De zwakste Nettotewerkstellingsprognoses worden dan weer opgetekend in Hongarije (-2), Argentinië (+1), Italië (+1) en Spanje (+1). De tewerkstellingsvooruitzichten blijven stabiel in India (+13) en China (+8).

 

 

 

  • In de regio Europa, Midden-Oosten & Afrika (EMEA) plannen de werkgevers in 25 van de 26 bevraagde landen tegen eind september 2019 een uitbreiding van hun personeelsbestand. De werkgevers uit Hongarije melden als enige negatieve tewerkstellingsprognoses. Ten opzichte van het vorige kwartaal stijgen de wervingsintenties in 5 landen, terwijl ze in 14 landen dalen. Vergeleken met het 3e kwartaal van 2018 stijgt de Nettotewerkstellingsprognose in 5 landen en daalt ze in 17 andere landen. Van de hele EMEA-regio worden de meest gunstige tewerkstellingsprognoses opgetekend in Kroatië (+23), Griekenland (+20) en Slovenië (+20). Ondanks de voorzichtige groeiprognoses die in Europa verwacht worden, anticiperen de werkgevers van de vier grote Europese economieën voor het volgende kwartaal op een positieve wervingsactiviteit. Duitse werkgevers (+5) melden gematigde prognoses en een daling ten opzichte van het voorgaande kwartaal en jaar. In Frankrijk (+5) zijn de Nettotewerkstellingsprognoses van hetzelfde niveau als in het vorige kwartaal. De tewerkstellingsprognoses blijven voorzichtig in het Verenigd Koninkrijk (+4), terwijl ze dalen in Italië (+1). In Nederland (+5), ten slotte, melden de werkgevers gematigd optimistische prognoses, van hetzelfde niveau als in het voorgaande kwartaal en in dezelfde periode vorig jaar.

De resultaten van de volgende ManpowerGroup Barometer voor de tewerkstellingsvooruitzichten worden verspreid op 10 september 2019 (4e kwartaal 2019).

 

(*)  De gecorrigeerde gegevens van de seizoensvariaties zijn niet beschikbaar voor Kroatië en Portugal.

(**) Het cijfer van de Nettotewerkstellingsprognose wordt verkregen door het percentage te nemen van de werkgevers die verwachten dat de totale werkgelegenheid zal stijgen en daarvan het percentage af te trekken van de werkgevers die het volgende kwartaal een daling verwachten van de werkgelegenheid in hun onderneming. Het gaat hier dus om een nettosaldo van tewerkstellingsvooruitzichten dat zowel positief als negatief kan zijn. De commentaren zijn gebaseerd op de gegevens na uitzuivering van de seizoenvariaties, in de mate waarin die beschikbaar zijn.

Voorstelling van de Barometer

De ManpowerGroup Barometer voor de tewerkstellingsvooruitzichten (ManpowerGroup Employment Outlook Survey – MEOS) voor het 3e kwartaal van 2019 is tussen 17 en 30 april 2019 uitgevoerd bij een representatieve steekproef van meer dan 59.000 werkgevers (waarvan 752 in België) uit de openbare sector en de privésector in 44 landen en gebieden. Het doel is de rekruteringsplannen van bedrijven voor het volgende kwartaal te vergelijken met het vorige kwartaal. Alle respondenten hebben op dezelfde vraag geantwoord: “Hoe zal de totale werkgelegenheid in uw onderneming zich het komende kwartaal – dus tot het einde van september 2019 – ontwikkelen in vergelijking met het huidige kwartaal?” Het is het enige onderzoek dat op dergelijke schaal de tewerkstellingsverwachtingen peilt. De enquête is uniek door haar omvang, doel, duur en inhoud. De ManpowerGroup Barometer loopt al meer dan 50 jaar. Het is een van de meest betrouwbare onderzoeken voor de meting van de tewerkstellingsgraad en geldt als een erkende economische indicator.

Sinds het 2e kwartaal van 2008 wordt het TRAMO-SEATS-model toegepast om de seizoenvariaties uit te zuiveren. Daardoor kunnen sommige seizoensgezuiverde data licht afwijken van de cijfers uit vorige edities. Dit model wordt aanbevolen door het Eurostat-departement van de Europese Unie en de Europese Centrale Bank en is internationaal wijdverspreid.

 

Rapport  resultaten

 

Infographiek

 

 

 

AC